Riekus
Waskowsky (1)(2)! Hij is de bedenker van deze inspirerende titel. Hij is een
vergeten dichter. Nochtans schreef hij enkele beklijvende gedichten, licht van
toon, vaardig, om een glimlach te ontlokken. Hij masseerde de stugge
werkelijkheid tot ze aaibaar werd. Misschien was hij niet ernstig genoeg. Een
proeve :
„je moet niet zo kietelen“, zei je, toen ik
om hem niet te vergeten je naam
in de zweetdroppeltjes onder je borsten
wou schrijven.
„Ga nou door - toe nou !“ zuchtte je al
bij de 2de letter.
De trein naar de sneeuwplaats
vertrok om 13u45 van Milano Centrale; ik las
een dwaas verhaal over een tovenaar en zo
die van de liefde een blackout maakt.
om hem niet te vergeten je naam
in de zweetdroppeltjes onder je borsten
wou schrijven.
„Ga nou door - toe nou !“ zuchtte je al
bij de 2de letter.
De trein naar de sneeuwplaats
vertrok om 13u45 van Milano Centrale; ik las
een dwaas verhaal over een tovenaar en zo
die van de liefde een blackout maakt.
Een
niemendalletje nietwaar, een ready-made.
Je staat even stil en laat vergelijkbare herinneringen opborrelen. Je staat er
intenser bij stil dan bij een Groot Plechtig Gedicht.
Daarom
is Riekus Waskowsky een dichter die ik mag. In dezelfde bundel schreef hij nog
een gedicht met als titel De Voortteling
(vrij naar Ambrosius Paré de Laval, raadsheer en 1ste geneesheer des Konings). Een
gedicht van een andere orde, wegens licht scabreus, daarom ook minder geschikt
voor een Kroniek als deze, die ten slotte de Eeuwen moet trotseren.
Waskowsky
sleet zijn dagen en vooral nachten in de slaaptrein als conducteur van de
befaamde Wagons-Lits. Zodoende deed
hij geregeld Milaan aan en Venetië en Triëste. Hij moet daar, in het stille staccato van de
nachtelijke trein, aan zijn schrijfsels hebben gezwoegd en zich ook gelaafd
hebben aan de romans van Giorgio Bassani, Natalia Ginzburg of Italo Svevo. Of
hij daar ‘s
nachts ook nog iets deed in de meer interactieve sfeer, is onbekend, maar de
reputatie van zijn gedichten doet een en ander vermoeden.
Riekus
Waskowsky is onbekend gebleven. Dat is de schuld van Gerrit Komrij. De
samensteller van canons van Nederlandse, Vlaamse en Suid-Afrikaanse poëzie had
voor Waskowsky geen plaats over. En dan besta je als dichter niet en zal je ook
nooit bestaan.
Waarom,
zo vroeg ik me af.
Is
het omdat Komrij misschien geen drinker was ? En in de geest van Waskowsky dan
ook zelf niet in aanmerking kwam voor eeuwige roem ? Heeft Komrij om die reden
de roem van Waskowsky in de kiem willen smoren ? Ik zou dat wel kunnen
begrijpen want ik ben evenmin een drinker, toch niet in ‘t groot.
Dit
is een principiële kwestie, die om een heldere en dus nuchtere oplossing vraagt
! Het is van literair-historisch belang te weten of Komrij een grote drinker
was. Zo niet, dan geniet hij, althans volgens Waskowsky, ten onrechte zijn
wereldse faam. We kunnen het geen van beiden vragen, vermits ze beiden verscheiden
zijn.
Noodgedwongen
is postuum onderzoek aangewezen. Dit onderzoek is mogelijk. Je kan bijvoorbeeld
als eerste Komrij’s
partner bellen, als hij geen belet geeft althans en die kans is niet gering
want schoolkinderen allerhande hangen aan zijn bel voor een schoolse opdracht
over Komrij. Maar zelfs als hij in een genadige bui - ik schreef bijna een
nuchtere bui - de kwestie van voldoende importantie zou achten om uitsluitsel
te verstrekken, bestaat nog altijd het risico dat hij de werkelijkheid naar
zijn hand zal willen zetten, althans bijkleuren in de gewenste zin. Deze
tactiek is bijgevolg niet zonder risico, hij kan hoogstens weerhouden worden
als plan C. We kunnen misschien beter een lijst aanleggen van collega-auteurs,
die wel nog in leven zijn, en hen en hun uitgevers en zaakgelastigden
benaderen. Maar het is bekend dat Komrij weinig met hen op had. Ze zouden
misschien de zowel onverwachte als unieke gelegenheid aangrijpen om de Dichter
des Vaderlands te besmeuren, wraak te nemen op de literator, die ze
intellectueel niet aankonden, van wie ze geen hoogte konden krijgen, kortom die
hen te hoog ging. Kortom, ook plan B heeft grote nadelen.
Indien
dit vraagstuk u echter echt interesseert of wie weet zelfs aanbelangt, beste
lezer, dan heb ik een waardevolle tip voor u : plan A zeg maar ! Er bestaat wel
degelijk een bevoorrechte getuige, die u objectief en belangeloos de waarheid
kan onthullen. Deze persoon is de bejaarde waardin van het smoezelige
dorpscafeetje van het Portugese Vila Pouca da Beira, de laatste woonplaats van
Komrij, waar hij ook begraven ligt. Gezien de hoge leeftijd van deze
betrouwbare dorpsfiguur is dralen echter geen optie meer.
Ik
reis morgen af.
Noten
:
(1):
Waskowsky, R., Slechts de namen der grote drinkers leven voort.
(2):
Waskowsky, R., Tant pis pour le clown.
Herman
van Schoten, Vila Pouca, Portugal, 25/04/2014.
alle rechten voorbehouden : Herman van Schoten.
alle rechten voorbehouden : Herman van Schoten.
ontroerend en waar geschreven....nooit geweten dat hij op de trein was....een vergeten dichter..dronk een biertje bij zijn moeder, voelde zich niet lekker , ging boven effe liggen en ging dood zon der fluitsignaal
BeantwoordenVerwijderen