Translate

vrijdag 23 oktober 2026

452. MAROKKANEN SPREKEN!

 

We tramden naar de stad voor de aankoop van een wollen broek voor mij voor de winter. Dat wordt haast niet meer aangeboden. Er zijn nieuwe (kunst)stoffen en die voelen tamelijk warm aan, maar niet zoals een wollen broek. Zal ik dan uiteindelijk maar een ribfluwelen broek kopen, vroeg ik me af, want daartegen had ik me altijd verzet wegens het idee van oude-mannen-broek. 


Op de herenafdeling van C&A is er geen personeel, trek je plan. Er is een zelfkassa, bemand door een jongmens, die de niet-kunners bijstaat. Ik weet het niet, zei hij, ik werk hier pas vanaf vandaag en ik sta bij de kassa. Einde C&A dus. Deze keten zou door Chinezen worden overgenomen, nu ja, dat zou dus geen verlies zijn. Aan de overkant zit H&M en daar is al evenmin personeel te ontwaren. Ik wend me tot een zelfkassa-juffrouw: ik roep een collega, ogenblikje! Er verschijnt een ingepakte jongedame, die ons in voortreffelijk Nederlands te woord staat, zelfs zonder Antwerps accent. Ze begrijpt ons en zegt: op de website staat één 100 % wollen broek, maar die kan je alleen on-line kopen! Wij krijgen dikwijls boze klanten omdat sommige spullen niet in de winkel voorradig zijn. Soms zijn ze daar plots, maar wij weten nooit wanneer. Ze zoekt en zoekt en vindt vier broeken, die het gemis aan wol zouden moeten vervangen. Ze brengt ze ook nog naar het kleedhokje. Na afloop geef ik er drie terug en de vierde koop ik, wegens passend bij mijn leeftijd, zowel van snit als qua tekening en ook omdat mijn echtgenote haar fiat geeft. Nu nog elektronisch betalen en ook daarbij neemt zij het voortouw. Ze is klaar nu want zij is geen kassa-dame en heeft dus tijd. Er ontspint zich een gesprekje van een klein kwartier, ik verbaas me met de minuut. Ze kijkt ons om beurten aan en praat voluit. Over hoe duur alles is en dat haar man niet alles kan bekostigen, zij gaat mee uit werken voor de extraatjes zoals een vakantie in Marokko. Het is daar nu 45°, niet te harden. Ook daarom is het hier beter! Ze is 33 en heeft nog geen kinderen. Ze wil er wel, maar nu nog niet en trouwens, je moet het kind wel goed kunnen opvoeden en de tijd nu is niet goed. Ze is los nu en praat en praat en wij luisteren belangstellend en bevestigen af en toe. Ik maak aanstalten om er een einde aan te maken en ze zegt: kom, een knuffel! Dat sla ik resoluut af, ik wil niet als ouwe bok doorgaan, die er even van zal profiteren. En ik wil ook niet dat haar man achter me aan komt (!). 


Ernaast zit nog een kledingwinkel, in het grote gebouw van het vroegere Osterriethhuis, waar vroeger een bank zat. Het is een chic pand met een monumentale binnentrap en op de verdieping een schitterend, deels glazen, plafond. De winkel heet UNIQLO en alles is in het Amerikaans. Overal grote opschriften en op een ervan staat TROESERS of zoiets, dat zouden broeken moeten zijn. Geen personeel, wel aan de pashokjes. Het is behelpen en mijn echtgenote geeft aan en hangt terug op de kapstok. Ik bezwijk uiteindelijk voor zo’n groene floeren broek, omdat mijn echtgenote zegt dat het goed staat bij mijn geel pullovertje en mijn Italiaans jasje. Betalen?, vraag ik en het jonge Marokkaanse manneke, wijst ons de weg naar de zelfkassa. Daar aangekomen staat hij er zelf! Hij had bedacht dat wij wellicht hulp nodig zouden hebben! Ook hij spreekt vloeiend Nederlands. Er wordt afgerekend en hij doet een bekentenis: ik was liever jong geweest in de tijd van mijn vader, verklaart hij, mijn vader vertelt daar veel over en nu is het niet goed meer. Ik ben nog wel opgevoed met respect voor ouderen. We bedanken en verlaten het pand, enigszins beduusd van wat ons vandaag allemaal overkomt. 


In de tram terug nog meer van dat! Twee jonge Marokkaanse meiden staan meteen op om ons hun zitje aan te bieden! 


Dat ze dus toch open kunnen zijn en voorkomend voor ouden van dagen, dat raakt je. Het zijn weliswaar gescheiden werelden en dat zal grotendeels zo blijven. Zij ook zullen blijven en hier op hun beurt kinderen krijgen. Worden die dan Vlamingen? Je hoopt het, maar je rekent er niet op. Ze zijn zo verankerd in hun cultuur en die is vreemd aan de onze. Dat is niet goed natuurlijk, je krijgt er de versplintering van de samenleving door, ook trouwens door de extreem verschillende leefwerelden van jong en oud. 


We zullen ze meer en meer tegenkomen in winkels, in de gezondheidszorg en ook elders. Als ze iets bijdragen en onze taal spreken, vallen bezwaren weg. 

Toch blijft er een kloof, die je niet ervaart tegenover Nederlanders, Fransen en Duitsers. Tegenover Engelsen heb ik dat wel, met hun vanzelfsprekende verwachting dat iedereen hun taal spreekt. 


Terug thuis laat het me niet los. Ik heb een fantasie! Als ik nu eens opnieuw naar die winkel ga en enkele weken later nog eens en nog eens, zou ik dan met haar durven/kunnen afspreken voor een kop thee in een deftige cafetaria en de kwestie van de hoofddoek aansnijden? En waarom ze geen Vlaming worden zoals wij, want wij pasten ons altijd direct aan, in Wallonië en in Amerika, binnen één generatie! 


Het is geen missie, maar wel een uitdaging! Zou ik? 


Herman van Schoten, Schoten, Vlaanderen, 23/11/2026.

Alle rechten voorbehouden: vanschotenherman@gmail.com.