Het is waar! Ik spreek mensen gewoon aan. Meestal wordt het een korte babbel over eigenlijk niets. Mensen waarderen het, sommigen zijn verrast, zelf zouden ze het niet doen. Weinig mannen doen het en al helemaal geen vrouwen. Het is niet vanzelfsprekend in onze cultuur, je gedeisd houden is dat wel. Je moet jezelf ook een grens opleggen, je moet niet echt iedereen aanspreken! Mensen in gepeins verzonken, toeristen, getatoeëerden, Marokkaanse kereltjes en hun schuwe zusjes, arrogante bejaarden, oortjesjongeren. Hoewel, af en toe spreek ik zo iemand aan en die trekt dan voor mij zijn oortjes uit om me te kunnen antwoorden, ze zijn overigens beleefd en gedienstig. Aanvankelijk meed ik ook ingepakte vrouwen wegens weigering zich aan te passen. Daar heb ik me overheen gezet. Met mijn voorkomen en leeftijd knippert er op mijn voorhoofd geen rood licht, ze zijn niet in gevaar. Het is een nieuwe doelgroep! Ik herinner me levendig de eerste keer. Het was in Troyes in Noord-Frankrijk. We hadden de auto weggezet in de garage van hotel Mercure en gingen de stad in. Maar zoals dikwijls begrijpen wij de aanwijzingen van Google Maps op de telefoon niet: wat is begin- en eindpunt in de praktijk, wat is rechtdoor op een kruispunt met twee schuine straten? Iemand aanspreken dus. Een 50-tal meter verder stond een bosje mensen te wachten bij een bushalte. Ik koos opzettelijk twee ingepakte meisjes uit, in de zekerheid dat de aanwezigheid van mijn echtgenote me voldoende dekking gaf. Ze keken verrast op, de omstanders loerden nieuwsgierig. Het ene meisje wees ons de weg, het andere staarde me aan en gaf ten slotte nog wat details prijs. Ik bedankte gewoon, zonder overdrijven. Hun Frans was beter dan het mijne, ze zagen me misschien als een beetje hulpeloze toerist. Ik had een binnenpretje.
Mijn echtgenote waarschuwt me als ze meent dat ik te ver ga. Niet overdrijven, zegt ze dan, straks denken de mensen nog “daar heb je Herman weer”. Ze heeft gelijk, maar het is grappig mensen even wakker te schudden, die daar niet op verdacht zijn en dan zeker Vlamingen. In Vlaanderen is zwijgen in het openbaar vervoer het normale gebruik, in Nederland heerst er een opgewekt getater. Er is ook verschil tussen de ene streek en de andere, Antwerpenaars maken graag lawaai en West-Vlamingen hebben de mond op slot. Ik vraag ouderen ook wel eens naar de bekende weg en dan blijken ze blij verrast te zijn dat ze worden gekend en ze blijven hun aanwijzing herhalen, het is misschien hun enig contact die dag. Afgelopen week sta ik bij de beenhouwer naast een dame, ook op leeftijd. Het is druk, mijn buurvrouw wordt bediend. Een van de toogmeisjes kijkt wie er nu aan de beurt is en vraagt: bent u samen? Ik zeg: nee, nog niet! Gelach, de dame in kwestie reageert gevat: wat niet is kan nog komen!
Het stelt weinig voor, het is gewoon dagelijks contact met de medemens. En praten is nog geen spreken, het blijft doorgaans bij koetjes en kalfjes. En het weer, weet je wel, de ideale neutrale vluchtheuvel! Over het weer wordt trouwens verschillend gedacht, dat valt op. Zegt het iets over hun karakter: eerder positief of eerder negatief? Maar het is dus geen ontmoeting, waarbij je elkaar raakt. De meeste mensen zijn daar ook niet op uit. Een enkele keer wordt het dat wel. Een oude man stond te treuzelen voor de broodkasten in de supermarkt, ik kon er niet langs en excuseerde me om een brood te kunnen nemen. Hij deed een stap terug en ik merkte op dat de keuze toch zo groot is. Dat bevestigde hij en dan zei hij: het is allemaal pap, er is geen goed brood meer. Dat gaf toegang, we bleven warempel een half uur staan praten, enigszins weg van de broodkasten. Intussen is hij, met zijn 87, mijn wekelijkse wandelvriend geworden. Hij inspireert me en ik kleur zijn week. In de orangerie van park Vordenstein kennen ze ons intussen, we zijn om zo te zeggen vaste klanten. We spreken ernstig en dan weer opgewekt en vrolijk over het leven. En we praten met iedereen!
Politiek is gevaarlijk terrein, het blijft beperkt tot gemeenplaatsen over zakkenvullers en dat ze toch niet luisteren naar de mensen. Je krijgt ook wel eens een gefrustreerde reactie over je uitgegoten en dat betreft dan steevast de vreemden. Ik laat me dan gebruiken als ventiel voor de stoom, die ze moeten afblazen. En heb de neiging ze gelijk te geven, waarna ik ernstig en met fronsende wenkbrauwen opmerk dat fabrieken, slachterijen, de bouw, de supermarkt, het onderhoud zouden stilvallen zonder hen. Dan kijken ze verbaasd en kauwen even op mijn opmerking. Vervolgens kan je een harde belediging over die profiteurs naar je kop krijgen of krijg je gelijk of lopen ze weg.
Frontaal ingaan tegen iemand die je niet kent, moet je vermijden, je moet het risico op een vuistslag niet onderschatten. Zo spreek ik op trein, bus en tram de reizigers niet meer aan, die hun voeten op de tegenovergelegen zitplaats hebben gelegd, dat is te riskant. Conducteurs neigen er trouwens toe op bepaalde trajecten niet te controleren. Afgelopen week had ik een gesprekje met ze. Ze kwamen met twee langs, twee dames, ze controleerden mijn kaartje, ik was in regel. Ik zeg mag ik eens wat vragen? Ik zie meer en meer vrouwen in jullie functie, is dat tegenwoordig fifty fifty met mannen? Dat is dus bijna het geval, maar bij de treinbestuurders is de verhouding nog 8 mannen tegenover 2 vrouwen. Trouwens, vrouwen aan het stuur, dat vertrouwen er velen niet meneer! Zeker in een vliegtuig! En controle door een vrouw! Altijd bij die jongeren van vreemde komaf, die willen zich niets laten zeggen door een vrouw. Daarom zijn we met twee! Agressie is aan de orde van de dag meneer! Ik zeg waarom wordt het binnenkort onmogelijk om op de trein nog een kaartje te kopen? Dat is toch weer een achteruitgang in dienstverlening?! Nou, ik kreeg beleefd lik op stuk. Het is voor de veiligheid meneer. Het geeft altijd weer aanleiding tot discussie, ruzie en soms geweld. Als ze in het vervolg geen ticket kunnen tonen, dan krijgen ze een boete, geen discussie meer. Het is trouwens al lang zo in het buitenland. Er wordt wat zwart gereden hoor, de NMBS verliest er een hoop inkomsten aan. We kwamen aan in Gent Sint-Pieters, ze stapten uit en ik ook. Ik vroeg nog even hoe lang de werken hier in het station nog gaan duren. Meneer, ik ga u ne keer wat zeggen hee, ik was zwanger van mijn laatste toen de werken begonnen en mijn zoon is nu 17! Het zal nog zeker twee jaar duren!
Kijk, daar kom je dus achter als je mensen aanspreekt! Nonkel Herman praat met iedereen, dat zegt mijn nichtje altijd. Ik vind het een compliment en ook aangenaam en maak er soms ook een spelletje van. Hoe zou deze persoon reageren, krijg ik hem/haar wakker geschud?! Alleen op het vliegtuig doe ik het niet, ik weet niet waarom, het leent er zich niet toe. En het vliegpersoneel antwoordt beleefd en zo kort mogelijk, aandringen moet je niet doen.
Sociaal contact is goed, het pleziert me en ik fleur er mensen mee op. Ik ben tevreden met mezelf, jaja (!).
Herman van Schoten, Schoten, Vlaanderen, 22/04/2026.
Alle rechten voorbehouden: vanschotenherman@gmail.com.