In de Antwerpse tram zie je het elke keer weer: reizigers zonder kaartje. Het is makkelijk vast te stellen omdat vervoersmaatschappij De Lijn eist dat ook abonnees hun abonnement scannen. Waarom dat moet is niet duidelijk, de statistische gegevens die het oplevert, kan je ook zo wel bevroeden als je uit je ogen kijkt. Met mijn wantrouwig karakter zie ik er een behoefte aan controlitis in. En het is natuurlijk ook een uitvloeisel van die modieuze dwanggedachte: meten is weten. Maar goed. Je stelt telkens weer vast dat de gekleurde medemens zich op ruime schaal onttrekt aan deze verplichting. Een blanke man, klaarblijkelijk door permanente frustratie en boosheid geïnspireerd, zei me een keer bezwerend: als een echte Antwerpenaar wordt betrapt, krijgt hij een boete, die anderen niet, dat durven ze niet. En ook: ze controleren niet op spitsuren, want dan krijg je gegarandeerd opstand. Ik laat het voor zijn rekening, maar vond geen bewijs van het tegendeel. Meer nog, op tram 3 bèn je in Afrika. En dat is geen racistische praat, maar ook het resultaat van meten is weten!
De titel van dit artikel stijgt echter uit boven de alledaagsheid van het stedelijk leven, althans, dat is de bedoeling. Een reiziger zonder kaartje is een literaire vondst van wijlen Cees Nooteboom. Hij noteerde het in een reisverslag over Madeira in 1976. Ik heb er een poos over nagedacht, maar vond de pointe niet. Gelukkig zijn er kranten en bladen, die je soms nog wat bijbrengen, naast hun overvloedige bladvulling. Christiaan Weijts(1): een reiziger zonder kaartje is iemand met een open blik, niet misvormd door opleiding of door wat dan ook. Hij is niet zozeer academisch voorgevormd, maar eerder autodidact. Zo kan hij de werkelijkheid waarnemen met eigen ogen, zonder bril, die immers steevast gekleurd aangereikt wordt door scholing, traditie, afkomst, ideologie. Zonder bril kijk je klaarder, tenminste als je blik niet is vertroebeld door verleden, omstandigheden of economische en andere dictaten. Je denken is niet door de pastamolen of passevite van de consensus gegaan, je kijkt oorspronkelijk. Of beter: zo oorspronkelijk mogelijk, want aan de tijdgeest kan niemand ontsnappen. In 2026 wordt anders gedacht dan in pakweg 1926.
Kijk, daaraan is behoefte, ik bedoel objectieve behoefte! Behoefte aan zien en denken, tegen de eenheidsworst van de heersende ideologie in, zowel cultureel als maatschappelijk. Uiteraard is daartoe scholing en vorming nodig. Maar je moet de grens met hersenspoeling in de gaten houden. Je leert op school de algemene consensus, je leert niet vraagtekens zetten en zelf denken. Zo moest ik ooit leren over psychoanalyse. Ik moest het op een examen kunnen ophoesten, zodat ik mijn punten kreeg, terwijl ik het bij mezelf maar onzin vond. Zo had ik vragen bij de wet van vraag en aanbod en de noodzaak aan permanente groei, maar leerde het keurig uit het hoofd voor het examen. Ik moest echter vaststellen dat vele studenten het allemaal voor waar aannemen. Zo hoor je zowat elke therapeut en vooral een minder geschoolde, die zich die pretentie aanmeet - zoals sommige maatschappelijk werkers - altijd weer de theorie van Maslow over zelfrealisatie herhalen. Zonder die theorie ontleed te hebben want Maslow was gewoon een commercieel Amerikaans product, dat geld opbrengt. Iedereen in therapie, kassa kassa! Hetzelfde geldt voor de economische theorie, die eveneens aan modes onderhevig is. De nieuwe economen van vandaag bekritiseren de neoliberale theorie. Zij hebben weliswaar invloed in hun academische middens, niet in de economische praktijk van politiek en multinationale ondernemingen. Ze worden zelfs niet als hinderpaal aanzien, men boert gewoon verder op de weg van omzet, fusies en money money money.
Een kritische geest is kwestie van intellectuele ontwikkeling, maar ook van karakter. De meeste mensen immers zijn volgelingen. Volgelingen volgen een leider, die hen voorkauwt wat te denken en te doen. Het zou ons bescheidenheid moeten leren over het menselijk vermogen en bereik en trouwens ook over de haalbaarheid van democratie.
Voor de volledigheid: volgelingen zijn nodig, hoe ga je anders beleid voeren? Maar je kan blindelings of geïnformeerd volgen, dat maakt het verschil. Blinde volgers voeden de behoefte van de leider aan macht, geïnformeerde volgers houden hem met de voetjes op de grond, zij zijn de kiezel in de schoen van de leider. Leiders zijn helaas zelden geïnspireerd door het algemeen belang, dat ze trouwens afleiden uit populariteitspolls. Peilingen leiden hun politiek gedrag. Het zijn doorgaans strebers, arrivisten, opportunisten, carrièrebouwers, machtswellustelingen soms, met een radde tong maar zonder veel brein en benul onder de pet. Wijze mannen en vrouwen leggen een kritische vinger op wanbeleid en geven een mogelijke weg aan. In de praatprogramma's herken je ze meteen, zij vallen op tussen de vele na- en meepraters. In de democratie werden zij aanvankelijk naar waarde geschat. In ons soort democratie - particratie dus - wordt niet naar hen geluisterd, ze worden ervaren als hinderlijk. Men verwijt de Hongaarse voorman Orbán autoritair optreden, maar vertoont onze particratie niet ook autoritaire trekken? Het zijn de partijvoorzitters die het voor het zeggen hebben, en de wetgevende macht wordt bezet door de regering, de uitvoerende macht dus, is dat democratie? Zo, ik heb het weer eens gezegd (!).
Terug naar Nooteboom. Hij kon schrijven. Hij had een klare blik, hij keek niet alleen maar zag ook. Hij was een ongebonden geest. Hij gaf voedsel aan lezers, die uit zijn op leerrijke ontspanning. In dat genre staat voor mij Reizen met mijn tante van Graham Greene bovenaan, maar Nooteboom kent er ook wat van. Toch hapert er iets. Als ik aan hem denk, neig ik naar nee. Hoe komt dat? Ik vind bij hem geen vaste grond, hij leidde een flanerend bestaan, overal en nergens. Ik ervaar zijn werk als vluchtig, literaire Spielerei, in het Frans een badineur. Nochtans zijn er literaire critici, die hem een dieper inzicht toedichten over de natuur van de mens en over de maatschappij. Ik heb gewoon te weinig van hem gelezen om daarin te kunnen meegaan. Zijn reiziger zonder kaartje was in elk geval een doordenker.
NOOT:
(1):Weijts, C., Het einde, Cees Nooteboom 1933-2026, De Groene Amsterdammer, 19/02/2026.
Herman van Schoten, Schoten, Vlaanderen, 13/04/2026.
Alle rechten voorbehouden: vanschotenherman@gmail.com.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten