Translate

dinsdag 17 februari 2026

431. EEN (GELATEN) LEVEN.

 

Het is een verhaal(1). Over een vrouw, die haar leven in het teken stelde van man en kroost. De vrouw als ornament voor de man, geen eigen ambitie, geen dromen, passief, dienend en beredderend zoals dat eeuwen het geval was. Ze zorgde voor alles in het huishouden en voor iedereen, bij voorbaat zelfs, zodat het al klaar lag als ze iets nodig hadden. Moeder past zich altijd aan, aan de ambities van haar man, aan de noden van het gezin, ze heeft geen eigen wil. 


Ooit komt er een einde aan, in dit geval omdat de man overlijdt, hoogbejaard. Wat nu? De kinderen bedisselen wat er moet gebeuren. Hun aanvankelijk piëteitsvol gedrag tegenover moeder verandert na de begrafenis in toenemend ongeduld. Moeder moet beseffen dat de begripvolle adempauze niet kan blijven duren. Net als de papieren in Lord Slanes schrijftafel moet ook Lady Slane worden opgeruimd. Moeder moet afwisselend bij hen intrekken, 3 maanden hier en 3 maanden daar. Het is beslist, moeder komt er niet aan te pas. Daar komt moeder. Ze deelt mee dat ze ergens alleen gaat wonen, tot ontsteltenis van haar kinderen. Ze verhuist en leeft nu slechts in het gezelschap van haar hoogbejaarde Franse werkster. Ze breekt met het traditionele kransje van vriendinnen en van liefdadigheid en vindt enkele nieuwe, bejaarde vrienden. Ze ontpopt zich tot een eigen persoonlijkheid, ze kiest nu zelf, ze leeft. Een metamorfose. Hoe Henry’s dood deze plotselinge mondigheid had teweeggebracht, kon ze niet begrijpen. Hoe bepaalde gebeurtenissen gevolgen met zich meebrachten die er ogenschijnlijk niets mee te maken hadden. 


Al in de Griekse Oudheid bezwoeren vrouwelijke filosofen hun vrouwelijke toehoorders dat ze hun plaats moeten kennen. Perictione(2): Ze moet alles van haar man verdragen, ook al zit hij in de ellende, ook al verkeert hij in dwaasheid, ziekte of dronkenschap, en ook al verkeert hij met andere vrouwen. Die dwaling wordt mannen immers vergeven, maar vrouwen nooit. Theano(2): Waarom voel jij je wanhopig? Is het alleen omdat de man met wie je samenleeft naar een hetaere gaat en met haar lichamelijk genot beleeft? (...) Het is niet goed om dag in dag uit met je man te vechten. Wat schiet je daarmee op? Ruzies en verwijten maken geen einde aan zijn uitspattingen en zorgen ervoor dat de verwijdering alleen maar toeneemt. 


Hoe komt het dat vrouwelijke oud-Griekse filosofen de ondergeschiktheid van de vrouw bepleitten? Weten doen we het niet, er zijn uitermate weinig tekstfragmenten tot ons gekomen, maar het is niet moeilijk enkele verklaringen te bedenken:


-de algemene consensus over de man als Heer en Huisgod;

-de financiële afhankelijkheid van de vrouw;

-het gebrek aan afdoende voorbehoedsmiddelen, waardoor een groot risico op buitenechtelijke kinderen bestond, onwettig en die dan wellicht slaaf zouden worden;

-het besef dat een rebellerende vrouw bij scheiding alles zou verliezen en ook zelf kon eindigen als slavin; de oppassende (welgestelde) vrouw was meesteres over de slaven. 


De dienende rol van de vrouw was dus eeuwenlang onbetwist en onbetwistbaar. 

Je herkent het - deels - nog in je eigen leven. Ook mijn moeder kende ik als dienend. Haar heer en gezin. Met vier kinderen en één bescheiden inkomen hield zij het gezin met naald en draad overeind, zij was een eersteklas naaister. Ze keek modellen in het uitstalraam van dure winkels af en maakte ze na, maar beter, naar eigen zeggen. Zo verdiende ze een centje bij met het maken van bruids- en suitekleren. Daar kwam dus toch haar persoonlijkheid piepen. Ik realiseerde me later dat zij vandaag de dag wellicht hoofdnaaister in een modeatelier zou zijn. In de voorste kamer dreef zij een bescheiden winkeltje in stoffen en zo en met al die bezigheden en het bestieren van het huishouden bleef er geen vrije tijd over. Ze kreeg vier kinderen en, na overlijden van één, zag een jaar later een nakomertje het levenslicht, ik dus. Was dat hun keuze, een kroostrijk gezin? De kinderen kwamen vanzelf en de sociale druk was confronterend: hoe, al een jaar getrouwd en nog niet in verwachting?! Voorbehoedsmiddelen waren nog elementair en periodieke onthouding was de natuurlijke manier. De dorpsbakker had 9 kinderen en foeterde in de parochiezaal op de andere mannen. Ze speelden in zijn ogen vals, in Turnhouts dialect: ze deden haarzak ! Een apotheker met een kroostrijk gezin van uitsluitend meisjes volhardde in zijn scheppingsdrang tot zijn zesde kind eindelijk een jongen was; opluchting bij vader en moeder.


Terugkijkend op mijn kindertijd herinner ik me enkele merkwaardige feiten uit het leven van mijn ouders. Terwijl het huishouden moeders domein was, ging mijn vader uiteraard uit werken, als meestergast bij Brepols, vandaag de dag uitgegroeid tot het in zijn sector toonaangevende Cartamundi. Hij vond manieren om ook buiten gezin en werk aan zijn trekken te komen. Hij was lokaal secretaris van de Bond van Grote Gezinnen, zanger in het kerkkoor en met de kerstdagen zong hij zijn bas solo vanaf het oksaal, waarbij de gelovigen hun stoel omdraaiden. Hij hielp ook nog de weduwe, die de parochiezaal uitbaatte, dat was immers te veel voor een vrouw alleen. En zodoende kon hij zijn biljartje spelen - driebanden - , de tap beheren en gratis drinken. Het was dus een klassieke taak- en rolverdeling. De pastoor preekte over de deugden van het huwelijk: de vrouw moest haar man ten dienste staan. Maar, zo versprak hij zich een keer: ze is nochtans zijn dienstmaagd niet, maar wel zijn slavin, euh, zijn gemalin. De man had ook het recht na de hoogmis een pintje te gaan drinken in de parochiezaal. Dat pikte mijn moeder niet, ze schoot naar de pastoor en bezwoer hem dat de man zijn loon  niet mocht verbrassen. Zij manifesteerde zich als het erop aankwam! 


Mijn vader overleed. Toen veranderde ze traag maar gestaag in een zelfstandige vrouw. In haar lange jaren als weduwe - ze werd 103 - werd ze een heuse kapitein, die mijn zus commandeerde. Het menselijk opzicht viel ook weg, ze zegde vrank en vrij tegen iedereen haar gedacht. Ik dacht wel eens hoe tragisch het was dat ze in haar latere zelfstandige jaren - die toch 30 jaar duurden - zoveel moest inhalen. Al was ze zich daar misschien niet van bewust, maar dat is een gok, waarmee ik mezelf geruststel. 


Het boek is een persoonlijke confrontatie. Met een voorbije tijd, waarin de Kerk de hoofdrol speelde en de lokale pastoor gedrild was om de status-quo voort te zetten. En zodoende bleef de vrouw een schepsel van tweede garnituur. Schrijver Gerard Walschap hekelde in zijn romans de kleine dictatuur van de pastoor. Ik herinner me een passage waarin een cafébaas of winkelier - dat wil ik kwijt zijn - bezoek kreeg van pastoor en notaris. Hij kreeg de keuze zijn abonnement op La Libre Belgique op te zeggen of de huur van zijn pand zou worden opgezegd. Broodroof was een afdoend wapen van de klerikale elite. De pastoor gaf ook voorlichting aan jonge stellen, uit schijnheilige boekjes, waaruit je begreep dat seksualiteit de zondige toegift was voor de man, die zich niet kon beheersen en voor hem was het huwelijk uitgevonden. Het was een kleingeestige, kleinzielige  en bekrompen wereld en tegen emancipatie van de vrouw. De vrouw kon ook geen rol spelen in de Kerk. Heeft de Kerk nu voldoende slagzij gemaakt, waardoor herhaling onmogelijk is? In de huidige maatschappelijke context evident wel, maar die context kan veranderen, zie Trump en zie ook het patriarchaat bij de moslims in onze landen.  


Sackville-West kan schrijven! Ze formuleert raak en zelfs grappig. Het boek begint met een overlijden en eindigt met de dood. Daartussen krijg je het aanstekelijke verhaal te lezen van een vrouw, die zich ontworstelt aan de conventies van haar tijd. Het was 1931.We leven in een andere tijd nu, de emancipatie heeft haar werk gedaan, of verbeelden we ons dat graag? Een beklijvende zin: ze hield van haar man, maar mist hem niet. 


Ze had genoeg van alle gejacht en wedijver en van de ene wandelende verzameling ambities die zich in bochten wrong om de andere te slim af te zijn.


Jonge mensen dwingen je vooruit te kijken naar een leven vol prestaties. Bij oudere mensen kun je terugkijken op een leven waarin de prestaties al zijn geleverd. Dat geeft je rust. (...) Maar de helft smacht nog steeds naar de energie die zij eens hebben gehad. Wat een misvatting. 


Ze bleef er echter van overtuigd dat heel wat zielen in hun diepste wezen verwant waren, maar onder zulke dikke lagen wereldse formules schuilgingen dat de heldere toon die vereist was niet langer kon worden aangeslagen.  


Er is een nawoord van Joanna Lumley. Je onthoudt alvast deze zin: horizonten krimpen naargelang je ouder wordt, verlangens vervagen en bezit wordt ballast. 


Dit boek ligt niet in de etalage van boekwinkels. In de Standaard van Schoten zag ik een halve etalage rond het nieuwste boek van Dan Brown! Je moet dus zelf op zoek naar kleine meesterwerken. Wie zoekt, die vindt. 


NOOT:


(1):Sackville-West, V., Een gelaten leven, Orlando, 2022, eerste uitgave 1931.

(2):Vrouwelijke Griekse filosofen, Zorg goed voor je ziel, Boom, 2024. 


Herman van Schoten, Armação de Pêra, Portugal, 21.01.2026.

Alle rechten voorbehouden: vanschotenherman@gmail.com

Geen opmerkingen:

Een reactie posten